Legadvies bestratingen en terrassen

Natuursteen leggen op split (waterdoorlatend)Door verleggen op splitbed

De reden waarom er gekozen kan worden voor de split is dat op split goed waterdoorlatend is. Dit voorkomt overmatige vochtopname van diverse steensoorten zoals zandsteen, graniet, travertin etc. Daarnaast blijft Split bewerkbaar waardoor eventuele aanpassingen in de onderlaag makkelijk uitvoerbaar zijn. Door het gebruik van drainerende onderlagen zal het water sneller afgevoerd worden in de onderlaag en drogen de tegels sneller op waardoor er minder vochtkringen zullen ontstaan in bv. Graniet. Ook zal de algengroei op de bestrating aanzienlijk verminderen.

Stap 1, Ondergrond
De ondergrond moet voldoende draagkracht bezitten en vorstbestendig zijn. Dit betekent dat recent omgewoelde aarde en leemgrond hiervoor niet geschikt zijn. Een waterdoorlatende grondlaag moet op afschot naar de afwatering of drainage worden aangelegd. Als de machinaal verdichte grondlaag voldoende waterdoorlatend is, is de aanleg van een speciale vorstbestendige laag niet nodig. Een zandlaag is niet toereikend.

Stap 2, Funderingslaag
Op het te leggen oppervlak moet een minstens 20 cm dikke, zelfverdichtende en waterdoorlatende grind- of splitlaag (anti capillaire laag) op de vorstwerende laag worden aangelegd. Vervolgens wordt deze laag machinaal verdicht (aantrillen). Let op: ook de funderingslaag moet een afschot hebben van ten minste 2%. Dit afschot moet ook op de uiteindelijke tegellaag worden aangehouden.

Stap 3, Egalisatielaag
Op de funderingslaag wordt een splitlaag van ca. 5 à 8 cm dik aangebracht. Kalkhoudend split kan tot verkleuringen leiden waardoor er het beste speciaal trass cement verwerkt kan worden. Deze bevat geen kalk.  Het meest geschikt is niet-ijzerhoudend basalt- of granietsplit met korrelgrootte 4/8. Maak de splitlaag met een rechte lat mooi glad. Gebruik je tegels van verschillende diktes, ga dan uit van een gemiddelde dikte van 3 cm. Bij het leggen wordt bij elke tegel de splitlaag verlaagd dan wel verhoogd.

Stap 4, Leggen van de tegels
Bij natuursteen met natuurlijk gespleten oppervlakken en/of met de hand gehakte randen wordt een voeg van ca. 1 cm aangehouden. Bij de verschillende formaten travertintegels kan de voeg tot ca. 3 mm beperkt blijven. Bij Romaanse verbanden is de voegafstand afhankelijk van het legpatroon. Tril de tegels niet machinaal aan, maar klop ze eventueel met een rubberen hamer licht aan. Dit voorkomt het nazakken van de bestrating. De voegen kunnen open blijven of ze kunnen met kwartszand (korrelgrootte afhankelijk van de grootte van de voegen) geveegd worden.


Natuursteen leggen op drainagemortel (waterdoorlatend)

Drainagemortel heeft als voordeel dat de egalisatielaag bij blootstelling aan lucht verhardt en vast wordt, terwijl het toch waterdoorlatend blijft. Deze manier van leggen is met name bij natuurstenen tegels van verschillende diktes aan te bevelen. De opbouw is hetzelfde als bij leggen op een split. Ga hierbij uit van de instructies van de fabrikant van de drainagemortel. De gebruikte drainagemortel moet geschikt zijn voor natuursteen (op basis van tras en met een trasaandeel van meer dan 40%). Om te zorgen voor voldoende hechting tussen de drianagemortel en de tegels moet de onderkant van de tegels voor het aankloppen met schoon water gewassen worden en moet er een hechtbrug worden aangebracht. Breng telkens niet meer drianagemortel aan dan je tegels kunt leggen voordat de mortel begint uit te harden. De voegen moeten waterdoorlatend blijven en mogen daarom niet afgesloten worden.


Natuursteen leggen op mortelbedIMG_1185

Stap 1, Ondergrond
Om tegels goed te kunnen leggen moet de ondergrond voldoende draagkracht bezitten, waterdoorlatend en vorstbestendig zijn. Dit betekent dat recent omgewoelde aarde en leemgrond hiervoor niet geschikt zijn. Voor de funderingslaag moet een minstens 10 cm dikke laag steengruis (0/30 mm) met een afschot van minstens 2% naar de ontwatering of drainage worden aangebracht en machinaal worden aangetrild. Deze laag draagt ertoe bij dat de dragende betonplaat buiten het bereik van het bodemvocht komt, zodat het terras minder gevoelig wordt voor vorst.

Stap 2, Funderingslaag
De funderingslaag bestaat uit een ca. 15 cm dikke betonplaat. De precieze dikte, wapening en eventuele uitzetvoegen zijn afhankelijk van de grootte van het oppervlak en de ondergrond. De betonplaat en de uiteindelijk gelegde tegelvloer moeten vanaf het gebouw een afschot van minstens 2% naar de drainage of afwatering hebben. Het oppervlak van de betonplaat mag geen scheuren vertonen, schoon zijn, goed kunnen hechten en voldoende vast zijn. De hechting tussen het beton en het mortelbed kan door een contactlaag verbeterd worden.

Stap 3,  Egalisatielaag
Op de betonplaat wordt een mortelbed van ca. 3 cm dik aangebracht. De gebruikte mortel moet geschikt zijn voor natuursteen (op basis van tras en met een trasaandeel van ten minste 40%). Om te zorgen voor voldoende hechting tussen de mortel en de tegels moet de onderkant van de tegels voor het aankloppen met schoon water gewassen worden en moet er een hechtbrug worden aangebracht. Breng telkens niet meer drainagemortel aan als je tegels kunt leggen voordat de mortel begint uit te harden. Let erop dat de tegels helemaal in het mortelbed ingebed zijn en dat er zich onder de tegels geen holle ruimtes vormen.

Stap 4, Leggen van de tegels
Gebruik vanwege de natuurlijke verschillen in kleur en oppervlak altijd tegels van verschillende pallets door elkaar heen. De voegen moeten minstens 5 mm breed zijn. Voor tegels met natuurlijk gespleten oppervlakken en/of met de hand gehakte randen zijn bredere voegen nodig. De voeg wordt geslotenmet een voor natuursten geschikte voegmortel. Uitzetvoegen die al in de funderingslaag voorkomen, moeten in het mortelbed en in de tegellaag worden voortgezet.