Legadvies in huis

Stap 1, vooraf het leggen1

Als de partij tegels is geleverd, dan is het belangrijk dat u de tegels controleert op beschadigingen. Tegels met een beschadiging kunnen eventueel gebruikt worden voor het zagen van passtukken. Passtukken zijn verzaagde tegels die ervoor zorgen dat het geheel netjes past. Ze worden dan ook altijd aan de rand geplaatst.

Bij oppervlakte bewerkingen van Marmer, Travertin, Graniet en Basalt kunnen slijpringen in het oppervlak zichtbaar zijn. Dit kan afhankelijk zijn van de bewerking, net zo als de kartelrandjes aan de oppervlakteranden. Bij kwartsiet en leisteen komt een zuivere rechten vlakheid niet voor waardoor de tegels licht bol of hol zijn. Dit moet opgevangen worden door bredere voegen.

2

Zodra de tegels gelegd worden, moet er sprake zijn van een schone en vlakke werkvloer. Voor een goede hechting van de tegels aan het speciebed is bij bepaalde natuursteentegels raadzaam de onderzijde van de tegels in te borstelen met een mengsel van hechtemulsie, cement en water. Dit wordt ook wel aanbranden genoemd.

Stap 2, het leggen van de tegels

Contactlaag

3

Dilataties in de onderconstructie moeten altijd in het mortelbed en in de natuursteenvloer recht naar boven worden doorgezet. Ook bij de overgang van de vloer naar de wand, dient een ruimte van ca.5 tot 10 mm vrij gelaten te worden. Hier kan eventueel een foamstrook met een afmeting van 100 x 5 mm (hoogte x dikte) toegepast worden. 

Er zijn twee manier om de vloer op de werkvloer aan te brengen. Vastgehecht aan de steenachtige ondervloer of vloer losgekoppeld van de steenachtige ondervloer. Vastgehecht aan de steenachtige ondervloer zorgt voor een goede hechting op de betonvloer. Hiervoor wordt wel geadviseerd om de ondervloer te reinigen en de vloer aan te branden.Verder is het gebruikelijk over een aardvochtige specie een cementpap uit te gieten. Deze is meestal voorzien van toeslagmiddelen en wordt gelijkmatig over het specieoppervlak aangebracht. Doel hiervan is de hechting van de tegels aan het speciebed te verbeteren. De soort mortel hangt af van de vloer die wordt gelegd. Wel dient er met een zogenaamd aardvochtige mortel (vrij droge en rulle mortel) gewerkt te worden.

4

Aangeraden wordt het vloeroppervlak zoveel mogelijk op te delen in vierkante, of anders rechthoekige vloervelden, tot maximaal 50 m² bij binnenvloeren. De verhouding tussen lengte en breedte mag niet groter zijn dan 1:2, met een maximale veldlengte van acht strekkende meter. De tweede manier, vloer losgekoppeld van de steenachtige ondervloer, is om de doorgifte van vocht uit de kruipruimte en/of de doorgifte van horizontale spanningen vanuit de werkvloer te voorkomen. Het is raadzaam om in twee lagen op elkaar een folielaag aan te brengen om de kans op verkleuring/scheuren te verkleinen. De morteldikte bij marmer, graniet en basalt is minimaal 30 mm. Bij kwartsiet en leisteen is deze minimaal 40 mm.

Plinten

Zodra de vloer is gelegd, kunnen de plinten gezet worden. Deze kunnen vaak gelijmd worden. Hiervoor moet er eerst de eventuele foamstrook/isolatiestrip verwijderd worden. Daarna kan de tegellijm op de achterzijde van de plinttegel aangebracht worden en wordt de tegel gelijk aan het verloop van de voegen tegen de wand gelijmd.

5

Stap 3, drogen

De droogtijd hangt af van de hoeveelheid specie waar de tegels in liggen.  Hierbij dienen de voegen open te worden gehouden.

Stap 4, afvoegen

Voor het afvoegen van de vloer, raden wij aan Foby Voegenbreed te gebruiken. Foby Voegenbreed is een voorgemengde voegmortel op cementbasis voor het voegen van natuursteen, maar ook keramische wand- en vloertegels.

6

Het product is eenvoudig verwerkbaar en waterbestendig en dus geschikt  voor gebruik in vochtige ruimtes. Foby Voegenbreed is verkrijgbaar in de webshop en is toepasbaar voor voegbreedtes van 2 tot 20 mm en in combinaties met vloerverwarmingssystemen.


De voegspecie dient u dan gelijkmatig te verdelen over de vloer door middel van een wisser van rubber. 
Als eerst moet de voegspecie worden aangestijfd. Hierbij is het belangrijk dat er sprake is van een gelijke massa. Bij kwartsiet 
en leisteen mag de specie beslist niet te nat zijn. Let op dat u niet te veel voegspecie aanmaakt, deze kan snel indrogen. U kunt van te voren, indien wenselijk, het oppervlak schoonmaken met een halfnatte spons met schoon water. De resten van de voegspecie kunnen van direct van de tegels verwijderd worden, waardoor u deze specie niet de kans geeft om in te drogen. Daarna kunt u 
met een natte spons over de vloer heen gaan om de vloer goed schoon te krijgen en alle resten te verwijderen voordat u de vloer laat drogen. Wanneer de voegspecie zo ver is, dan kan deze op de vloer worden aangebracht.

10

Het voegen van de randen bij de plinttegels dient uitgevoerd te worden met een elastische voegmiddel. Met een voegpistool is dit eenvoudig aan te brengen. Onder een schuine hoek dient u dit, niet te zuinig, aan te brengen. Vervolgens is het mogelijk om met een krabber het overtollige voegmiddel te verwijderen waardoor een strak eindresultaat gerealiseerd wordt.


Natuursteen in de lijm verwerken

Zodra de vloer en plinten zijn gevoegd, is het belangrijk om de vloer nog enkele dagen te drogen. De droogtijd verschilt per vloer. Omdat er steeds meer natuursteensoorten worden afgeleverd in een constante dikte, of zelfs gekalibreerd op dikte, kunnen er steeds meer natuursteenvloeren worden verlijmd.

11

Het voordeel van het toepassen van gekalibreerd materiaal is dat dit moeiteloos te verwerken is bij vloeren met hoogteproblemen. Met het verlijmen van de tegels komt, afhankelijk van de dikte van het materiaal, de vloer slechts enkele mm hoger te liggen. Gebruik voor natuursteen geschikte lijmen, die flexibel zijn en snel uitharden.